Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Naamvallen Onderbouw (klas 1 t/m 3)

Voorzetsels met de 3e / 4e naamval (incl. keuzevoorzetsels én de 7/2-regel)

In dit filmpje leg ik uit welke voorzetsels bij welke naamval horen. Eigenlijk héél handig om te weten, want dankzij de voorzetsels hoef je de zin dus niet meer te ontleden! Onder het filmpje vind je nog wat handige screenshots van de uitleg én de vertalingen van de voorzetsels.

vertalingen NL: uit, bij, met, sinds, van, naar, behalve, tegemoet, tegenover
vertalingen NL: tegen, zonder, langs, door, tot, om, voor
vertalingen NL: op, onder, voor, tussen, in, achter, naast, aan

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 32 jaar
• Native-speaker
° Duits docente sinds 2012 op het voortgezet onderwijs vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.