haben sein werden

Op deze pagina vind je alle artikelen over de werkwoorden haben, sein en werden die ik op dit moment beschikbaar heb. Kom regelmatig terug om te kijken of er al nieuwe uitleg is bij gekomen!

Haben, sein & werden: uitleg en rijtjes
Laten we bij het begin beginnen. Deze drie werkwoorden leer je zodra je met het leren van een taal begint. In het artikel “haben, sein & werden” vind je een handige uitlegvideo over de werkwoorden haben, sein en werden én ezelsbruggetjes om de uitgangen snel en makkelijk te onthouden!

Vormen van haben, sein en werden in de tegenwoordige tijd

tthabenhebben
ichhabeikheb
duhastjijhebt
er/sie/eshathij/zij/hetheeft
wirhabenwijhebben
ihrhabtjulliehebben
Sie/siehabenu/zijhebben
gehabtgehad
ttseinzijn
ichbinikben
dubistjijbent
er/sie/esisthij/zij/hetis
wirsindwijzijn
ihrseidjulliezijn
Sie/siesindu/zijbent/zijn
gewesengeweest
tegenwoordige tijd “haben”
ttwerdenzullen/worden
ichwerdeikzal/word
duwirstjijzult/wordt
er/sie/eswirdhij/zij/hetzal/wordt
wirwerdenwijzullen/worden
ihrwerdetjulliezullen/worden
Sie/siewerdenu/zijzullen/worden
gewordengeworden
tegenwoordige tijd “werden”

Vormen van haben, sein en werden in de verleden tijd

vthabenhebben
ichhatteikhad
duhattestjijhad
er/sie/eshattehij/zij/hethad
wirhattenwijhadden
ihrhattetjulliehadden
Sie/siehattenu/zijhad/hadden
verleden tijd “haben”
vtseinzijn
ichwarikwas
duwarstjijwas
er/sie/eswarhij/zij/hetwas
wirwarenwijwaren
ihrwartjulliewaren
Sie/siewarenu/zijwas/waren
verleden tijd “sein”
vtwerdenworden
ichwurdeikwerd
duwurdestjijwerd
er/sie/eswurdehij/zij/hetwerd
wirwurdenwijwerden
ihrwurdetjulliewerden
Sie/siewurdenu/zijwerd/en
verleden tijd “werden”

Haben en sein: oefenen
Wil je nog even oefenen met de vormen van “haben” en “sein”?
In het artikel “haben & sein oefenen” vind je oefeningen (voor zowel tegenwoordige als verleden tijd) waarin moet je kiezen tussen deze twee werkwoorden én ze in de juiste vorm moet zetten.

[smart_post_show id=”1719″]

Lees hier meer informatie over bijles Duits of examentraining Duits.