Laten we bij het begin beginnen. Deze drie werkwoorden leer je zodra je met het leren van een taal begint. Hieronder vind je een uitlegvideo en daaronder de vormen van deze werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Onder deze tabellen, vind je de verleden tijd.
Hieronder vind je de uitlegvideo van de werkwoordsvormen van haben, sein en werden in de verleden tijd. Voor het werkwoord “haben”, kun je de uitgangen onthouden met het ezelsbruggetje “te test te ten tet ten“.
• Tiffany Roggenthien
• 36 jaar
• Native-speaker
• Eerste graads docente Duits
° Werkzaam in het onderwijs sinds 2012; vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw