Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica haben sein werden Oefeningen Onderbouw (klas 1 t/m 3) Werkwoorden

Voltooid deelwoord Duits (sterk) oefenen

Hier vind je een oefening over de sterke werkwoorden in de voltooide tijd. Wil je liever eerst nog even doornemen hoe het werkt? Alle uitleg lees je in het artikel “voltooid deelwoord Duits“.

Nadat je je antwoorden hebt ‘ingeleverd’, krijg je niet alleen de juiste antwoorden te zien, maar ook eventuele uitleg bij de correctie!

Op zoek naar een oefening met zwakke werkwoorden in de voltooide tijd? Deze vind je in het artikel “voltooid deelwoord Duits (zwak) oefenen“.

Basisregel voltooid deelwoord Duits (sterke werkwoorden)
Het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord in het Duits (net als in het Nederlands) op -en.

ge + stam + en

Helaas krijg je wel te maken met onvoorspelbare klankwisselingen, wat wederom overeenkomt met het Nederlands. Dát de klank verandert van een bepaald sterk werkwoord in het Duits is wel voorspelbaar, de klank zelf helaas niet.

Belangrijke tip: verandert de klank van het werkwoord in de voltooide tijd in het Nederlands? Dan is dit in het Duits meestal ook zo! Kijk maar:

Voorbeelden:
slapen – geslapen / schlafen – geschlafen
drinken – gedronken / trinken – getrunken
lezen – gelezen / lesen – gelesen
ruiken – geroken / riechen – gerochen

Je ziet hierboven dus, dat wanneer de klank in het Nederlands verandert, dat in het Duits ook zo is. Helaas is het niet altijd dezelfde dezelfde klank als in het Nederlands. Hierdoor voeg ik een lijst van sterke werkwoorden en de vervoegingen hiervan in de voltooide tijd, aan het einde van dit artikel toe.

Een lijst van sterke werkwoorden Duits in de voltooide tijd vind je onderaan het artikel “voltooid deelwoord Duits“.

Hier kun je oefenen met sterke werkwoorden in de voltooide tijd. Succes!

Wann ... die Ferien bei euch (beginnen)?[beginnen]
Wie lange ... du gestern auf der Party (bleiben)?[blijven]
... er dir dieses Restaurant (empfehlen)?[aanbevelen]
... ihr die ganze Torte (essen)?[eten]
Der Vogel ... aus dem Nest (fliegen).[vliegen]
Welches Team ... das Spiel (gewinnen)?[winnen]
Wer ... dir bei den Hausaufgaben (helfen)?[helpen]
... Jan und Tim die ganze Zeit (lügen)?[liegen]
Wie spät ... dein Bruder nach Hause (kommen)?[komen]
Ich ... dir eine Nachricht (schreiben).[schrijven]

Interesse in online bijles Duits of online examentraining Duits? Klik voor meer informatie.

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 33 jaar
• Native-speaker
• Eerste graads docente Duits
° Werkzaam in het onderwijs sinds 2012; vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw