Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica Onderbouw (klas 1 t/m 3) Werkwoorden

Modalverben – modale werkwoorden

Modale werkwoorden zijn werkwoorden die een bepaalde houding van een ander werkwoord aangeven. Modaliteit betekent ook wel “wijze” of “manier”. Dus: op welke manier wordt dit bedoeld?

De werkwoorden die ik ga behandelen geven noodzakelijkheid, waarschijnlijkheid, mogelijkheid, wenselijkheid en het ontbreken van noodzakelijkheid dan wel verplichting aan.

Je kent de rijtjes van regelmatige werkwoorden waarschijnlijk al wel: est tenten, eest eten eten en et tenten. Modalverben, of modale werkwoorden in het Duits hebben andere uitgangen én zelfs een klankwissel (op eentje na).

Welke Modalverben / modale werkwoorden zijn belangrijk?
dürfen, können, mögen, müssen, sollen, wollen + wissen

“wissen” is géén Modalverb / modaal werkwoord, maar wordt op dezelfde manier vervoegd en over het algemeen meegenomen in het hoofdstuk over Modalverben en daarom doe ik dat ook!

Wat betekenen deze Modalverben / modale werkwoorden?

dürfenmogen
könnenkunnen
mögenlusten / houden van
müssenmoeten (noodzakelijk)
sollenmoeten (advies)
wollenwillen
wissenweten

Wat is precies het verschil tussen “müssen” en “sollen”?
Zoals je in de tabel hierboven ziet staan, betekenen deze werkwoorden allebei “moeten”. Het verschil ligt in de modaliteit!

Ich muss ins Krankenhaus.
Dit wil zeggen dat je écht naar het ziekenhuis moet, anders gaat er iets mis.

Ich soll ins Krankenhaus.
Dit betekent dat iemand jou adviseert om naar het ziekenhuis te gaan, omdat je bijvoorbeeld al maanden ergens last van hebt, maar het niet echt noodzakelijk is om meteen te gaan.

Hoe worden Modalverben / modale werkwoorden vervoegd?

dürfenkönnenmögensollenwollenmüssenuitgangenwissenuitgangen
ichdarfkannmagsollwillmussweiß
dudarfstkannstmagstsollstwillstmusststweißtt
er/sie/esdarfkannmagsollwillmussweiß
wirdürfenkönnenmögensollenwollenmüssenenwissenen
ihrdürftkönntmögtsolltwolltmüssttwisstt
Sie/siedürfenkönnenmögensollenwollenmüssenenwissenen

Wanneer klankverandering bij het vervoegen van Modalverben / modale werkwoorden?
In het enkelvoud veranderen de Modalverben (op “sollen” na) van klank:

dürfen – ich darf
können – ich kann
mögen – ich mag
wollen – ich will
wissen – ich weiß

Hoe leer je Modalverben / modale werkwoorden?
Stap 1: Leer de vertalingen van de werkwoorden. Let hierbij op “dürfen” en “mögen”, dat is best verwarrend.
Stap 2: Leer de uitgangen: idewis + -, st, -, en, t, en (Let op: bij “wissen” verdwijnt de “s” bij “du”, vanwege de s-klank)
Stap 3: Maak deze oefeningen om je kennis toe te passen.

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 32 jaar
• Native-speaker
° Duits docente sinds 2012 op het voortgezet onderwijs vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.