Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica Onderbouw (klas 1 t/m 3)

Meervoud van zelfstandige naamwoorden

In het Nederlands denken wij er niet over na: één banaan, twee bananen, máár: één appel, twee appels. Waarom is dit zo?
In een vreemde taal moet je hier wél over nadenken en gelukkig zijn hier regels voor! Hier leg ik uit hoe wat de basisregel is voor het maken van de meervoudsvorm van zelfstandige naamwoorden.

Oefenen?
Als je na het lezen van onderstaande uitleg je nieuwe kennis wilt toepassen, kun je hier een oefening maken!

Geslacht van het zelfstandig naamwoord
Om de juiste meervoudsvorm te kunnen maken in het Duits, moet je weten welk geslacht het betreffende zelfstandige naamwoord heeft.

der: mannelijk
die: vrouwelijk
das: onzijdig

Lidwoord in de meervoudsvorm
Wanneer een zelfstandig naamwoord in de meervoudsvorm staat, krijgt het altijd het lidwoord “die”.

meervoud: die

Basisregel mannelijk
Het zelfstandig naamwoord krijgt een -e aan het einde en een Umlaut op de eerste “a”, “o” of “u”:

Der Arzt – die Ärzte
Der Traum – die Träume
Der Stuhl – die Stühle

Basisregel vrouwelijk
Het zelfstandig naamwoord moet eindigen met een -n. Dat kan op 3 verschillende manieren: -n / -en / -nen:

Die Katze – die Katzen (wanneer het zelfstandig naamwoord eindigt op een -e)
Die Frau – die Frauen (wanneer het zelfstandig naamwoord eindigt op een klinker, anders dan -e)
Die Lehrerin – die Lehrerinnen (wanneer het zelfstandig naamwoord eindigt op een -n)

Basisregel onzijdig
Het zelfstandig naamwoord krijgt een -e aan het einde. Net als mannelijk, maar dan zónder Umlaut:

Das Spiel – die Spiele
Das Tier – die Tiere
Das Haar – die Haare

Géén uitgang bij mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden die eindigen op -el, -en, -er

das Mittel – die Mittel
der Wagen – die Wagen
der Lehrer – die Lehrer

Heel veel uitzonderingen
Op bovenstaande regels zijn een heleboel uitzonderingen. Nu is het wél zo, dat de schoolboeken over het algemeen deze uitzonderingen niet of nauwelijks behandelen. Wil jij dit wél weten? Lees gerust even verder!

Géén uitgang bij onzijdige zelfstandige naamwoorden die eindigen op -chen, -lein

das Mädchen – die Mädchen
das Fräulein – die Fräulein
das Brötchen – die Brötchen

Uitgang -s in de meervoudsvorm
Mannelijke, vrouwelijke én onzijdige zelfstandige naamwoorden die eindigen op: -a, -i, -o, -u, -y:

Der Opa – die Opas
Das Auto – die Autos
Die Mutti – die Muttis
Das Hobby – die Hobbys

Uitgang -r in de meervoudsvorm
Veel mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden met één lettergreep krijgen in de meervoudsvorm een -(e)r én een Umlaut op de eerste “a”, “o”, “u”:

das Wort – die Wörter
der Mann – die Männer
das Gras – die Gräser

Die unendliche Geschichte
De regels omtrent de meervoudsvorm zijn bijna oneindig, helaas. Maar met bovenstaand overzicht kom je een heel eind!

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 32 jaar
• Native-speaker
° Duits docente sinds 2012 op het voortgezet onderwijs vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.