Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica Werkwoorden

Konjunktiv 2

Aanvoegende wijs – in het Nederlands. Wat zou dit zijn? In het Nederlands wordt deze werkwoordsvorm nog maar amper gebruikt, omdat wij gebruik maken van de ‘zou-vorm’. In het Duits maken we nog wél gebruik van deze aparte werkwoordsvorm wanneer we de Modalverben gebruiken.

Om duidelijk te maken wat nou precies de aanvoegende wijs / Konjunktiv 2 is, geef ik een voorbeeld:

Ik zou morgen kunnen.
Ich könnte morgen.

De twee bovenstaande zinnen betekenen letterlijk hetzelfde, maar voor de Duitse zin hebben we één woord minder nodig, zie je? Dat komt, omdat het werkwoord “können” in de Konjuntiv 2 staat en zo een mogelijkheid aangeeft.

Functie
Werkwoorden in de aanvoegende wijs / Konjunktiv 2 geven een wens, toegeving, aanwijzig of aansporing aan. De modale werkwoorden / Modalverben hebben allemaal een eigen vorm in de Konjunktiv 2. Hierdoor hoef je dus ‘zou-vorm’ te maken.

Het werkwoord ‘zullen’
Voor het werkwoord ‘zullen’ gebruiken we in het Duits ‘würden’. Voorbeeld:

Ik zou lopen.
Ich würde laufen.

Het werkwoord ‘würden’ staat dan in de vorm van het onderwerp, daarna volgt het tweede werkwoord altijd in zijn gehele vorm.

Uitgangen en vertalingen

seinhabenwürdenmöchtendürfenwissenkönnenmüssensollenwollen
zijnhebbenzullengraag willenmogenwetenkunnenmoetenmoetenwillen
ichwärehättewürdemöchtedürftewüsstekönntemüsstesolltewollte
duwär(e)st*hättestwürdestmöchtestdürftestwüsstestkönntestmüsstestsolltestwolltest
er/sie/eswärehättewürdemöchtedürftewüsstekönntemüsstesolltewollte
wirwärenhättenwürdenmöchtendürftenwüsstenkönntenmüsstensolltenwollten
ihrwär(e)t*hättetwürdetmöchtetdürftetwüsstetkönntetmüsstetsolltetwolltet
Sie/siewärenhättenwürdenmöchtendürftenwüsstenkönntenmüsstensolltenwollten

* zowel wärest als wärst / wäret als wärt is juist. De vormen mét ‘e’ zijn ouderwets en worden over het algemeen niet zo vaak meer gebruikt.

Ezelsbruggetjes uitgangen
De uitgangen van de Konjunktiv 2 voor de werkwoorden ‘sein’, ‘haben’ en ‘würden’: eest een eten
Alle Modalverben in de Konjunktiv 2: te test te ten tet ten

Umlaut
Zoals je in bovenstaande tabel ziet, hebben bijna alle werkwoorden in de Konjunktiv 2 in alle personen een Umlaut. Let op: ‘wollen’ en ‘sollen’ hebben dit niet. Gelukkig rijmen ze, dan kun je dat makkelijker onthouden!

Oefenen?
Wil je kijken of je bovenstaande kennis kunt toepassen? Ik heb hier een oefening voor jou!

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 32 jaar
• Native-speaker
° Duits docente sinds 2012 op het voortgezet onderwijs vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.