Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica Naamvallen Oefeningen Onderbouw (klas 1 t/m 3)

Keuzevoorzetsels uitleg

Voordat ik ga uitleggen hoe keuzevoorzetsels werken, wil ik even kort de giraf in de auto toelichten. Ik kies niet alle plaatjes geheel willekeurig: de auto gebruik ik vaak bij mijn uitleg over keuzevoorzetsels.

Alles draait bij dit onderwerp namelijk om beweging of stilstand (plaats/tijd).

Een auto rijdt op 4 wielen – beweging
Een auto met een lekke band (dus 3 banden) staat stil

Zo kun je makkelijk onthouden welke naamval je in welke situatie moet gebruiken.

Wat zijn keuzevoorzetsels?
Keuzevoorzetsels zijn de bekende kastwoordjes:
an, auf, über, hinter, vor, zwischen, unter, in, neben
aan, op, over/boven, achter, voor, tussen, onder, in, naast

Na een keuzevoorzetsel in een Duitse zin, moet je kijken of dit voorzetsel een beweging of stilstand (plaats/tijd) aangeeft. Zo weet je welke naamval je moet gebruiken, vandaar ook de naam “keuzevoorzetsel”.

Welke uitgangen moet je kennen?
Doordat je tussen de 3e en 4e naamval moet kiezen, hoef je bij dit onderwerp uiteraard alleen deze uitgangen te weten:
MRMN
NESE
Let op: de onderstreepte S krijgt in de ein-groep géén uitgang. Er volgt hier zsm een filmpje waarin ik dit wat duidelijker uitleg.

Alvast oefenen met de keuzevoorzetsels?
Een opdracht over dit onderwerp vind je hier!

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 32 jaar
• Native-speaker
° Duits docente sinds 2012 op het voortgezet onderwijs vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.