Bovenbouw (klas 4 t/m 5) Grammatica Naamvallen Onderbouw (klas 1 t/m 3)

Fragewörter (vraagwoorden)

Moet je de vraagwoorden in het Duits leren of ben je gewoon benieuwd hoe dit werkt? Dan ben hier op de juiste pagina.

Wat zijn vraagwoorden in het Duits?
Vraagwoorden of in het Duits “Fragewörter”, zijn alle woorden die je gebruikt om een vraag te stellen waarop “ja” of “nee” géén antwoordmogelijkheid is.

Welke vraagwoorden zijn er?
Een heleboel. De meest voorkomende heb ik voor je in een tabel (uiteraard incl. vertaling) gezet.

DuitsNederlandsVoorbeeld
werwieWer ist das? [Wie is dat?]
waswatWas machst du? [Wat doe jij?]
welch-*welkeWelcher Film ist das? [Welke film is dit?]
wowaarWo wohnst du? [Waar woon jij?]
wannwanneerWann hast du Geburtstag? [Wanneer ben je jarig?]
wiehoeWie alt bist du? [Hoe oud ben jij?]
warum/wieso/weshalbwaaromWarum/wieso/weshalb willst du nicht? [Waarom wil je niet?]
Basis vraagwoorden Duits

*welch- is een woord uit de der-groep en wordt dus op verschillende manieren vervoegd. Meer info hierover? Dat vind je in het artikel “Waarom der- én ein-groep?“.

DuitsNederlandsVoorbeeldAntwoord
woherwaarvandaanWoher kommt er? [Waar komt hij vandaan?]Aus …
wohinwaarheenWohin fährst du? [Waar rijd jij heen?]Nach / zu / in …
wofürwaarvoorWofür interessierst du dich? [Waarin ben jij geïnteresseerd?]Für …
worüberwaaroverWorüber geht dieses Lied? [Waar gaat dit liedje over?]Über …
womitwaarmeeWomit spielt er am liebsten? [Waar speelt hij het liefst mee?]Mit …
Vraagwoorden Duits “wo + voorzetsel”

Het vraagwoord wo [waar] kan in combinatie met verschillende voorzetsels, zoals je in de tabel hierboven kunt zien. In de voorbeeldzinnen zie je ook meteen het verschil in gebruik tussen het Duitse en het Nederlandse vraagwoord: De Duitse vraagwoorden wo + voorzetsel worden niet gesplitst, terwijl dat in het Nederlands wél zo is.

Wohin fährst du?
Waar rijd jij heen?

Het Duitse vraagwoord wer
In het Nederlands gebruiken we (op wiens na) steeds dezelfde vorm van het vraagwoord wie. Kijk maar:
Onderwerp: Wie is dat?
Lijdend voorwerp: Wie heb jij gezien?
Meewerkend voorwerp: Wie heb jij gemaild?

Je voelt het vast al aankomen, in het Duits is dit niet het geval. Hier verandert het vraagwoord wer in de verschillende naamvallen. Máár: het zijn dezelfde uitgangen als die van de der-groep mannelijk, namelijk: der, des, dem, den! Dat scheelt weer.

NaamvalDuitsNederlands
1eWer bist du?Wie ben jij?
2eWessen Handy ist das?Wiens mobiele telefoon is dit?
3eWem hast du eine E-Mal geschrieben?Wie heb jij gemaild?
4eWen hast du gesehen?Wie heb jij gezien?
Het Duitse vraagwoord ‘wer’

Welke naamval moet ik gebruiken?
Weet je nog niet zo goed welke naamval je wanneer gebruikt? In het artikel “Juiste naamval bepalen” vind je uitlegvideo’s en nog veel meer!

Oefenen met Fragewörter (vraagwoorden)?
Ben je klaar om te oefenen met Fragewörter / vraagwoorden? In het artikel “Fragewörter (vraagwoorden) oefenen” kun je een opdracht maken. Na afloop van de opdracht krijg je niet alleen de juiste antwoorden te zien, maar bij het vraagwoord wer ook een uitleg. Succes met oefenen!

Interesse in online bijles Duits of online examentraining Duits? Klik voor meer informatie.

Over auteur

• Tiffany Roggenthien
• 33 jaar
• Native-speaker
• Eerste graads docente Duits
° Werkzaam in het onderwijs sinds 2012; vmbo/havo/vwo zowel onder- als bovenbouw